stdout.be

Een blog over programmeren, informatie-architectuur en journalistiek

in journalism, personal

Geef je primeurs weg!

Kort Journalistiek is waardevol om de informatie die je brengt. Of je die als eerste kan brengen doet er steeds minder toe.

Toen ik nog in het kernteam van Apache vertoefde, werd er regelmatig gesproken over de kracht van exclusieve verhalen. We hebben scoops nodig. Welnu, laat mij toe om even exact het omgekeerde te beargumenteren: geef je primeurs weg, verkoop ze! Eind 2009 waren er gesprekken tussen Apache en Knack. Knack zag wel iets in onze stukken en wou er graag op regelmatige basis een aantal van overnemen. Het voorstel:

  1. Knack koopt onze stukken aan het gebruikelijke tarief
  2. ’s woensdags bij het verschijnen van een nieuwe editie komen de gekochte stukken in het nieuwsmagazine
  3. ’s avonds publiceren we ze zelf op Apache

We zouden niet de enige publicatie zijn die zo werkt. De Chicago News Cooperative publiceert in de New York Times en het laatst opgestarte Follow the Money in Nederland profileert zichzelf naar kranten toe als freelancersgezelschap: “Wij leveren straks betaalbare onderzoeksproducties, on demandlezen we. Maar vergis je niet: beide initiatieven hebben een mooie, uitgebreide eigen website.

Maar hoewel Apache de verkoop van stukken wel zag zitten, was er één voorwaarde: elk artikel moest eerst bij ons verschijnen. Primeurs geef je niet weg.

Schrijverscollectief

Elke paar weken probeerde wel iemand anders ons te overtuigen dat we beter een schrijverscollectief zouden starten, met een eigen website als uithangsbord en als aanvulling op de berichtgeving die in de krant terechtkomt. Maar hoezeer mensen als Jan Vangrinsven die aanpak prezen, ’t was niks voor ons. De Morgen zou toch niks van ons publiceren want Christian Van Thillo is een haatdragende klojo. De Standaard zou misschien sommige stukken willen overnemen, maar andere niet. Het soort journalistiek die wij wilden brengen, daar was immers — zo ging de redenering — geen plaats meer voor in de media. Quod non, zo toonde de interesse van Roularta. Alleen: zonder eerste publicatie op onze website én een verwijzing in Knack naar apache.be was er voor ons geen deal. En voor hen ook niet. Waarom zouden zij immers betalen voor een tweedehands stuk?

En nu denk ik terug aan die gesprekken, en ik denk: wat zijn wij toch dom geweest!

Scoops zijn marketing

Waarom wil je als journalist of als blad een scoop? Ha, omdat je op die manier het publiek op de hoogte kan brengen van iets dat ze nog niet wisten maar wel moeten weten. Een lekkere scoop over pakweg financieel gesjoemel bij het Vlaams Belang, daar doe je ’t toch voor?

Primeurs, die tonen dat journalistiek de vierde macht is. Publiek goed, weet je. Klopt, klopt volledig, maar dat is niet de waarde van de eerste te zijn , dat is de waarde van nieuws brengen. De waarde van een scoop is het cachet dat het je geeft als nieuwsmedium. Mensen associëren je naam met slimme journalistiek. “Die mannen weten wat ze doen.” Scoops zijn marketing.

Georges Timmerman zei me ooit: “Als journalist kan je nieuws dat je hebt niet laten vallen, je kan het niet weggeven.” Maar een journalist zou daar eigenlijk geen zeg over mogen hebben. Als een scoop dient om je merk te versterken, dan is de beslissing of je een scoop zelf runt dan wel verkoopt, een marketingbeslissing. De verkoop van je stukken kan voor een onafhankelijk nieuwsmedium op het internet een cruciale inkomstenbron zijn.

Een nieuw soort medium: als volgt!

En ik pleit ervoor om die inkomstenbron aan te spreken. Want als je als journalist écht gelooft dat je schrijft voor de glorie van de natie, dan werk je als volgt.

Je hebt een geweldig verhaal over katholiek lobbywerk. Prachtig.

  1. Je hangt aan de lijn met een mediapartner, luistert naar hoe ze het stuk van jou willen krijgen (hoeveel tekens, welk formaat, zijn er foto’s nodig) en je schrijft dat.
  2. Je spreekt af dat er een sperperiode is: het staat ’s ochtendsvroeg in de krant, en om 13u ’s middags mag je het zelf publiceren.
  3. Hup, stuk afgewerkt. Ondertussen begin je voor te bereiden hoe je het nieuws wil brengen op Twitter en Facebook.
  4. Je begint ondertussen ook te schrijven aan een kleine update voor de wikipagina over het Vaticaan, om dit nieuws in te werken.
  5. Je denkt na of je geen achtergrondstuk kan schrijven, voor lezers die meer willen weten nadat ze het nieuws vernemen (in de krant, in een magazine of op je eigen website)

De krant heeft een goed verhaal, en lezers zijn er tuk op. Ze zijn tevreden. Jij hebt eventjes met je duimen moeten draaien: de mediapartner heeft verdorie al je trafiek afgepakt. Maar, ho, kijk!

  1. Tegen ’s avonds stromen de reacties binnen op je artikel, dat ondertussen ook al bij jou online staat.
  2. De volgende dagen, zo merk je in Google Analytics, komen heel wat mensen terecht op je site met zoektermen als ‘Vaticaan holebi’, omdat ze toch wat meer willen weten over de hele affaire.
  3. Na een week sterft die trafiek, maar dan moet de long tail nog komen: heel het volgende jaar komt iedereen die iets wil weten over die affaire of de betrokken personen, via Google bij jou terecht. Jij hebt er immers de beste informatie over, omdat je zoveel werk hebt gestoken in je achtergrondverhaal en je wikipagina’s. Jij krijgt die trafiek, niet bij de krant die het papieren stuk publiceerde.

En omdat je natuurlijk een pak meer weet over de kwestie en over de actoren dan er plaats beschikbaar was in het artikel, schrijven die achtergrondstukken en wikipagina’s eigenlijk zichzelf. ’t Is gewoon een kwestie je kennis neer te pennen. En als een krant of magazine later een retrospectieve wil, of een breder stuk, dan komen ze weer bij jou aankloppen en dan verdien je er nog een tweede keer en een derde keer aan.

Je levert belangrijk werk en je bereikt het grootst mogelijke aantal lezers. Je hebt een eigen website met een geëngageerd nichepubliek. Je maakt naam. Je verdient geld aan die website, maar ’t is okee als dat niet voldoende is om van te leven: de helft van je inkomsten komt uit copyrights. ’t Leven kan mooi zijn.

Dus win het verhaal, niet de primeur.


4 comments

Zou het niet kunnen dat scoops voorbijgestreefd zijn doordat de klassieke krantencyclus is voorbijgestoken door de continue nieuwswebsites? Als vroeger krant A een scoop had, dan moest krant B een dag wachten eer ze een krant konden uitbrengen waar ze het nieuws in konden herhalen. Tegenwoordig zie je elke ochtend dat de krantenwebsites in hun snelnieuws-gedeelte de nieuwtjes van de concurrentie kort overschrijven. Net in zo'n wereld zou Apache veel beter kunnen overleven dan anderen: je moet al erg begaan zijn met het onderwerp om een dagkaart te kopen voor de achtergrond van een artikel, zeker niet als je het echte "nieuwe" nieuws al kent via krant B. Voor een gratis site is dit veel eenvoudiger: kom maar kijken, wij hebben hier links naar alle bronnen liggen. Ah, en hebt u onze andere artikels al eens gezien trouwens?

Stijn Debrouwere

@Jan: daar zeg je zoiets. Maar dan moet de focus wel verschuiven naar achtergrondstukken, naar pagina's die nieuws over bepaalde onderwerpen bundelen en in context zetten, naar een website die intelligente conversatie aanmoedigt... eerder dan gewoon, zoals de meeste nieuwswebsites nu doen, plat het nieuws te presenteren. Dat is ook nodig, maar op dat vlak kan je eenvoudigweg het verschil niet meer maken.

Gisteren nog een mooi aforisme horen waaien hier in Iowa: "Content gets us into the race, but it's not what makes us win."

En dat kranten nog steeds denken dat het nuttig werk is om nieuws over te schrijven eerder dan door te linken, daar worden we waarschijnlijk allebei even kwaad van :-)

Stijn Debrouwere

Pff, ik weet het niet. Ik zou hopen dat de jeugd inderdaad het verschil kan maken, maar mijn vijf jaar bij het studentenblad leert me dat (1) studenten in plaats van te innoveren veel liever de grootmeesters imiteren, en die grootmeesters zijn old farts, en (2) dat studenten journalistiek niet noodzakelijk opgeleid worden door docenten met veel inzicht in nieuwe evoluties in de media.

Waar zijn eigenlijk al die blogs van studenten journalistiek? En dan bedoel ik blogs die meer zijn dan een klasprojectje of een plaats om een portfolio te dumpen. Ik zou die kerels en dames gerust willen adviseren en helpen en stimuleren, maar ik vind ze eenvoudigweg niet. Omdat ze niet bestaan? :-)