Als oude rotten in het vak mopperen over de media, weet ik nooit wat te denken. Want ze hebben gelijk, er gebeurt minder onderzoek en er worden aan de lopende band persberichten overgenomen. Maar hun egotisme laat een wrange smaak na. Het heilige geloof dat ze als geoefende redacteurs perfect weten hoe de journalistiek van vandaag er moet uitzien. De sombere waarschuwing dat we maar beter oppassen, want dat een slecht werkende pers onafwendbaar leidt tot afbrokkeling van de democratie. Onlangs dus Karl van den Broeck, hoofdredacteur van Knack.
En weeral krijgen we hetzelfde gezeik over domme lezers die liever naar foto’s kijken van Paris Hilton dan naar “een ingewikkeld verhaal over de regie der gebouwen, over budgetoverschrijdingen bij openbare werken en over laksheid van ambtenaren”.
Je kan mensen niet gemakkelijk winnen voor ingewikkelde verhalen omdat de achtergrondinformatie om ze te begrijpen vaak ontbreekt , omdat men geen moeite doet om breder te duiden , op een inleidende paragraaf of een weggestoken infokadertje na. En dan word je verwacht meteen mee te zijn met zo’n moeilijke kwestie, en meteen geboeid te zijn, ook al weet je helemaal niet wat je aan het lezen bent. Je weet alleen dat het van staatsbelang is. Een redactie reikt immers het nieuws aan dat een lezer, volgens van den Broeck, “MOET weten.” Juist ja.
Als je in je tijdschriften geen omgeving maakt waar mensen laagdrempelig worden ingeleid tot maatschappelijke kwesties, dan is het je eigen schuld, Karl, dat diepgravende journalistiek taai en moeilijk is. Dan moet je niet neerbuigend doen tegenover je lezer en met je ogen draaien als die celebritynieuws verkiest boven jouw wereldschokkend onderzoek.
Het internet biedt een hele gereedschapskist biedt om verhalen te kaderen, maar net dat medium is volgens van den Broeck enkel geschikt voor Belga’s en persberichten, ongeacht wat ze daar bij de Texas Tribune en bij Slate wel mogen denken.
Volgens mij is Karl zèlf niet geïnteresseerd in diepgang. In zijn toespraak gaat het voortdurend om nieuws. Mensen moeten betalen voor primeurs, voor politieke schandalen, voor intriges. Zijn dat niet net de leukigheden die Karl eerder beschimpte? Nieuws is spannend, geeft je het gevoel dat je mee bent, je hebt weer iets om over te praten op het werk. Maar het leert je weinig blijvends bij over de wereld waarin we leven. Voor dat laatste moet je bij de Knack trouwens al lang niet meer terecht.
Uiteindelijk steunt van den Brouck z’n betoog op een tegenstrijdigheid. “Zonder pers is democratie een hol begrip”, zegt hij, en daarom wil hij dat onze minister van media met centen over de boeg komt. Maar hij wil de journalistieke vruchten van die subsidies achter slot en grendel, op een betaalsite. Ik heb de eer om via mijn belastingscenten te betalen voor een zogezegd publiek goed, maar om te genieten van dat publieke goed moet ik vervolgens nog eens langs de kassa van Roularta passeren. Anders njet.
En waar moeten die subsidies voor dienen? Voor betere buitenlandberichtgeving, zegt hij. Wat is er dan mis met het gratis beschikbare buitenlandnieuws van de Guardian en EUObserver ? Moet Ingrid Lieten nu echt geld ophoesten voor dubbel werk?
Karl, je zit soms niet ver van de waarheid — gratis kwaliteitsjournalistiek is moeilijk, we weten niet of de markt ons beste werk kan ondersteunen, vroeger was er meer tijd voor diepgang — maar die zelfgenoegzaamheid, dat dédain, het siert je niet.

2 comments
Vreemd, ik heb die twee passages heel anders gelezen. Veel meer in lijn met hoe jij denkt.
De tweestrijdigheid tussen Kim Geybels en de Regie der Gebouwen ging over de keuze van de redactie over waar ze over moet berichten. Volgens "de marketeers" wordt het eerste meer gelezen, dus moeten de journalisten eerder daar mee bezig zijn. Op die manier is er gewoon geen mankracht om de Regie der Gebouwen te onderzoeken, laat staan om er op een begrijpelijke manier over te berichten. Ik denk dat Knack net dit laatste probeert (maar er inderdaad nog meer mee kan doen - maar geef ze nog een jaar en een iteratie van hun website en applicaties). Ze hebben als redactie een idee van wat ze de lezer willen vertellen, en zoeken dan een manier om dit aan zoveel mogelijk lezers te doen. Is dat niet vergelijkbaar met wat bijvoorbeeld de Washington Post met haar "Top Secret America" dossier heeft gedaan: eerst een moeilijk onderwerp onderzoeken, waar op het eerste gezicht niet veel volk interesse in heeft, maar er dan toch mee doorgaan en uitzoeken hoe je dat goed kan vertellen?
En het laatste deel, over staatssteun: hij zegt duidelijk dat de overheid niet zelf meer geld moet geven, maar mogelijkheden moet creëren om "het brede publiek, het middenveld en het bedrijfsleven" gemakkelijk pers te laten steunen (onder andere door steun fiscaal aftrekbaar te maken). "Publieke financiering is niet hetzelfde als staatssteun." Ik weet niet waar jij uit afgeleid hebt dat hij meer geld vraagt van Ingrid Lieten?
Als je zegt dat hij het heel de tijd heeft over "nieuws" en niet over "diepgang", dan weet ik niet hoe je het stukje "Identiteitscrisis" hebt gelezen. Hij heeft daar toch duidelijke kritiek op het onderzoek van Jan Callebaut, die "evaluatieve journalistiek" (“meer diepgang en context, is eerder statisch, contextualiseert het verleden in het grotere geheel en bericht over uiteindelijke feiten”) plaatst tegenover de moderne vorm van "dynamische journalistiek" ("meer continu en pulserend, verschijnt 'wanneer het gebeurt', bericht over het proces wat leidt tot hogere snelheid en onmiddellijkheid"). Even later nog duidelijker: "Wat Callebaut eigenlijk lijkt te bedoelen is dat journalistiek zich moet beperken tot verslaggeving." Dat lijkt me toch een oproep om journalistiek niet enkel over "nieuws" te laten gaan, maar ook over achtergrond?
Een aantal goede punten, Jan, ik heb waarschijnlijk inderdaad te snel over bepaalde passages gelezen. Ter mijner verdediging, de tekst nodigt makkelijk uit tot meerdere interpretaties.
Hij zegt inderdaad dat stimulering beter is dan een zak geld, maar in de paragrafen daarvoor spreekt hij zich wél positief uit over directe steun. Hij stelt bijvoorbeeld voor dat de overheid meer in vorming investeert — waarop mijn reactie dan is: "vorming voor journalisten wiens werk je achter een paywall wil stoppen". Ergo: twee keer langs de kassa passeren, zoals ik opmerkte.
Hij zegt, zoals je deels citeert, dat journalistiek meer is dan verslaggeving, maar het waardevolste lijkt hij toch net die scoops te vinden, want daarvoor moeten mensen volgens hem gaan betalen.
Er zit waarschijnlijk meer nuance in de tekst dan ik zie, en op bepaalde punten ben ik sowieso akkoord met van den Broeck, maar bepaalde van zijn nuanceringen zijn volgens mij retorisch opgevat, bedoeld om iedereen het gevoel te geven dat hij zegt wat ze denken, zelfs al heeft men een diametraal tegenovergestelde mening. Tijdens het lezen moest ik in ieder geval denken aan http://www.cjr.org/behind_the_news/breaking_news_from_the_luncheo.php?page=all Of ben ik te cynisch daarin? :-)