Het publicatiejaar zit er op voor de Vlaamse studentenbladen: Schamper, Dwars, De Moeial, Box en Veto.
Ze kunnen alle vijf rekenen op centen van de unief (of hogeschool) maar dat maakt een studentenblad runnen nog geen makkelijke taak. Je moet vrijwilligers weten te motiveren, advertenties ronselen, nieuwe leden die amper kunnen schrijven weten te kneden tot ze dat wel kunnen, op zoek gaan naar oude wachtwoorden omdat je IT-coördinator spoorloos is en cultuursnobs de redactie uitjagen. God, wat had ik een hekel aan cultuursnobs.
Maar de moeilijkste taak van al is doodgewoon een goed blad uitbrengen. En ik lees nog altijd soms een Dwars, een Moeial of een Veto, en jezus christus mijn redder, wat een wilde rit is dat telkens weer: van een diepgaand interview naar een column die zo slecht is dat het fysiek pijn doet, naar een concertbespreking zoals ik er al duizend gelezen heb, om gelukkig toch te eindigen bij een superbe fotoreportage.
Het einde van het publicatiejaar betekent meestal ook de verkiezing van een nieuwe hoofdredacteur en kernredactie, die tijdens de zomer een zee van tijd hebben om na te denken over wat ze volgend jaar beter willen doen. Mijn tip: neem jezelf serieus en verwacht van je redacteurs dat ze schrijven zoals de grote mensen dat doen, degene wiens job je later wil afpakken.
Jezelf serieus nemen betekent dat elke would-be-reporter één onderwerp kiest of krijgt toegewezen, bijvoorbeeld onderwijs, de studentenraden, de stad waarin je leeft, de rechtenfaculteit, wetenschap, whatever. Vervolgens, met dat onderwerp in de hand, zoek je uit wie de touwtjes in handen heeft. Je bemachtigt de nodige emailadressen en telefoonnummers. Ga naar de vergaderingen waar zij naartoe gaan. Zorg dat je aan de praat geraakt, en luister wat er leeft in de wandelgangen. Doe dat voor een week of twee, drie en je hebt meer artikelideeën dan je weg mee kan, over boeiender onderwerpen dan diezelfde oude troep van armzeteljournalisten.
En als je je blad serieus neemt, dan laat je elke redacteur dat doen, geen uitzonderingen.
Te saai, altijd hetzelfde? Niet als je merkt hoe goed je wordt in wat je doet. Bovendien, er houdt je niemand tegen om na een half jaar je notaboekje aan een opvolger door te geven en je zelf op iets anders te concentreren. Maar verdomme niet elke week.
Te moeilijk voor iemand die zijn eerste stappen zet in de journalistiek? Ik bedoelde dan ook helemaal niet dat niemand mekaar mag helpen. Maar je zal nooit leren werken als een onderzoeksjournalist als je ’t nooit probeert.
Teveel moeite, geen zin om onderzoek te doen en — je zal lachen maar ik heb dit al te vaak gehoord — geen fut om mensen op te bellen? Begrijpelijk, niet iedereen wil de volgende Jill Abramson worden, maar stuur je stukjes dan per email door en blijf weg uit de redactievergadering. Spring gerust nog eens binnen voor een babbel of kom een pint meedrinken, maar je loopt in de weg tijdens de artikelverdeling en niemand zit te wachten op observaties als “ik vin da we kritischer moeten zijn over dinge” en voorstellen als “ik ben vorige week naar een concert geweest, ist goe as ik daarover iets schrijf?”
Toen ik bij Schamper zat was Tim Van der Mensbrugghe de grote kei in dit soort journalistiek, de mens waar jaren nadat hij wegwas nog steeds (soms notoire) verhalen over werden verteld. En Tim was een knappe reporter, maar ’t is triestig dat hij soms de enige was. Zorg dat je redactie volzit met dat soort mensen. Als je ze niet vindt, dan kweek je ze.
Ik was zelf als hoofdredacteur het saaie managerstype, en ik beklaag me dat niet: iemand moet ervoor zorgen dat de boel niet in elkaar stuikt, ook al betekende dat dat ik zèlf nooit tot een goeie beat reporter ben uitgegroeid. Maar ten langen leste blijf je over met professioneel gerunde bladen die bizar genoeg het niveau van een schoolkrant niet overstijgen. Als hoofdredacteur of coördinator van een studentenblad, denk deze zomer eens na over hoe je dat kan vermijden.

8 comments
Ha Stijn,
Grappig dat je voorstel van elke redacteur één onderwerp natuurlijk ook weer van een managers-mentaliteit getuigt: ieder krijgt zijn specifieke functie/taak toegewezen, en over het geheel van het blad, over een visie, daar moet hij/zij zich dan maar niet om bekommeren; of zie ik het verkeerd?
Daarbij lijk je mij een vals dualisme te schetsen tussen één onderwerp-diepgang-kwaliteit en verschillende onderwerpen-oppervlakkig-brol. Mij lijkt het verschil tussen kwaliteit en brol niet te berusten op hoe weinig of hoeveel onderwerpen je aanpakt, maar in je mentaliteit. Er zijn mensen die elke week over muziek, literatuur of onderwijs schrijven, en dat nog steeds op een ongelooflijk belachelijk oppervlakkige manier doen. Daartegenover kan ik best mensen bedenken die over verschillende onderwerpen op een degelijke manier berichtgeving konden verspreiden.
Natuurlijk gaat het om een hedendaags probleem: mensen lijken zich voor niets meer te engageren, en zich ook in niets meer te interesseren. Vertellen hoe leuk of slecht een plaatje/concert is, heeft niets te maken met interesse, maar alles met lauw consumentenadvies. Dergelijke reporters zijn ondanks hun schrijfarbeid niet actief, maar passief. Een dergelijk patroon lijkt mij evengoed te kunnen gelden voor de rest van 'het nieuws'.
Veeleer dan mensen op een eiland te stoppen, lijkt het mij beter een cultuur te scheppen waarin een gedreven en geïnteresseerde mentaliteit kan worden gescherpt. Een mentaliteit waarbij mensen het niet louter leuk vinden om iets te schrijven, maar ook omdat ze geïnteresseerd zijn om het te schrijven. Dat houdt dan natuurlijk in dat je op redactievergaderingen niet moet wikken of wegen of een artikel wel 'boeiend' genoeg is voor 'de' studenten, of dat je artikels inkort omdat er een grotere foto bij moet voor de 'aantrekkelijkheid'. Want dan wordt interesse ingeruild tot louter aanbieding. Ruil je de reporter in voor een verkoper. Die alles weet over auto's, maar niks over garages.
Of ben ik nu teveel een cultuursnob? :) hans
Een beetje wel, Hans, maar je was altijd één van de aangenamere cultuursnobs :-)
Ik ben zelf iemand met een grote appreciatie voor generalisten, en ja, sommige mensen slagen er in om over tien verschillende onderwerpen boeiende dingen te schrijven... maar zie, op dat moment ga je al uit van het idee dat een journalist een schrijver is, en daar ben ik niet mee akkoord. Een journalist is in de eerste plaats een reporter: iemand die wèèt wat er op bepaalde plaatsen aan het gebeuren is, die de kennis heeft om de informatie die hij of zij gevoed krijgt op een intelligente manier te evalueren, en die zoiets op een bevattelijke manier kan overbrengen aan een breder publiek. Al die dingen mooi verwoorden is de kers op de taart, niet de essentie. Anders ben je een non-fictieschrijver, geen nieuwsmaker.
(Veel van de mooiste journalistiek zit op het randje tussen non-fictie en meer traditionele journalistiek, zoals het werk van Ira Glass of het gemiddelde New Yorker-artikel, maar dat is een andere kwestie.)
Om de taak van reporter te vervullen moet je je wel degelijk inwerken in bepaalde milieu's, en een bepaalde expertise kweken. Dergelijke focus eisen van redacteurs lijkt me geen kwestie van overmanagen, maar van elementaire kennis over wat tot goeie journalistiek leidt en wat niet.
Hear, hear, Stijn. Die tegenstelling tussen een goeie reporter en een goeie schrijver zou je gerust nog wat mogen uitwerken, want daar ligt volgens mij een groot, onderbelicht zeer. Mijn grote frustratie is toch altijd geweest dat de meeste journalisten-in-de-dop tevreden zijn als ze van een paar losse persberichten een goeie tekst kunnen maken, zonder dat het in hen opkomt dat dat nu eens géén journalistiek is.
(En ik pleit graag schuldig aan mijn eigen aanklacht, luiheid is een heerlijke hangmat.)
Liever een cultuursnob dan een populist. God wat haat ik populisten.
Nu wat betreft die tip: het journalisme in België is nu ook niet formidabel te noemen. De Morgen is een veredelde prentjeskrant en De Standaard is meer bla bla dan feiten en diepgang. Ik herinner me een uitgebreid artikel dat doodleuk een herwerking was van een artikel uit The Economist (dat magazine is in mijn ogen overigens het toppunt van de huidige journalistiek). Als je de gemiddelde artikellengte van een Belgische kwaliteitskrant zou vergelijken met een Britse kwaliteitskrant, dat dan de woordteller een pak lager ligt. Niet omwille van het taalverschil, maar omwille van mindere diepgang. Vaak merk ik ook dat de beste artikels gewoon vertaald zijn uit The Guardian e.d.
Ik overdrijf natuurlijk.
NB: over generalisten --> "Jack of all trades, master of nothing"
Gezien ik niet meer op het artikel over recenseren kan antwoorden, doe ik het hier:
In het aangehaalde stukje "waarbij de schrijver zich niet probeert weg te stoppen achter zijn woorden", staat twee keer het woord "fantastisch" en algemeen dat de schrijver dol is op de gegeven artiest. Als lezer ben ik daar dus geen fluit mee als ik die artiest niet ken. Allez, dat kan even goed zijn dat die band elkander zit te fisten op het podium (e.g. Rockbitch) en dat die mens dat nu eenmaal tof vindt. Weet ik veel.
In dat pedante stukje over Lidell staan dan weer inhoudelijke begrippen: soul, vreemde percussie, rockgitaar, lijkt op Beck. Daar ben ik wat mee. Ja, de schrijver verwoordt het als een oetlul, maar ik weet wat en hoe.
De enige wijze waarop een recensie uit het keurslijf kan springen, is als in het geheel een opmerking over de huidige stand van de (muziek)wereld zit verwerkt. Een kleine bemerking of ergernis, een tendens of een persoonlijke ervaring. Kortom: een inzichtje.
Raar dat je je daar aan stoort, Emberto. Als redacteur is het gênant dat de beste stukken in je krant ofwel overschrijfsels zijn (gebeurt wel vaker) ofwel vertalingen, maar als lezer is dat toch een stuk aangenamer dan het alternatief, namelijk meer middelmaat? Dat er dan af en toe een stuk tussenzit dat je al gezien hebt, daar zal je mee moeten leren leven, denk ik :-)
Wat muziekrecensies betreft: ik moet de eerste nog zien die uit een plastische omschrijving van het geluid van een groep kan achterhalen hoe ze echt klinken. Dan liever wat enthousiasme, foto's en links naar mp3's en YouTube-clipjes. Het voordeel van internetjournalistiek, nietwaar.
Versta me niet verkeerd, ik stoor me niet aan de artikels zelf, enkel aan het feit dat een krant soms zelf geen eigen inzicht heeft en dus om herhaalde middelmaat te vermijden, het heil elders moet zoeken.
Plastische omschrijvingen alleen volstaan niet, het omgekeerde heb ik ook niet beweerd. Maar ik kan me perfect een stem voorstellen "like it was soaked in a vat of bourbon, left hanging in the smokehouse for a few months, and then taken outside and run over with a car." (Daniel Durchholz over Tom Waits). Of wat Salieri in de film Amadeus bedoelt met: "on the page it looked nothing. The beginning simple, almost comic. Just a pulse - bassoons and basset horns - like a rusty squeezebox..."
De wetenschapsschrijver Brian Clegg omschreef Spem in Alium (vb. 9'00") van Thomas Tallis ooit als "a Tudor wall of sound". Of wat van deze omschrijving van John Adams' "Common Tones in Simple Time": "... gives the feeling of moving over 'terrain' or 'landscapes', as if one were viewing the surface of a continent from the window of a jet plane."
Internetjournalistiek maak het inderdaad eenvoudiger om de stijl van een band over te brengen, maar zorgt hierdoor dat de rol van de journalist kan verworden tot inhoudsloze leuteraar die louter doorverwijst naar de muziek en verder niks bijbrengt. Enthousiasme is geen informatie.
Hoe muziek zich verhoudt tegen andere muziek is cruciaal voor een volledig begrip. Deze nood aan zicht op verhoudingen geldt voor alles (één van de mooiste verkenningen hiervan is James Burkes tijdloze topdocumentaire Connections over de geschiedenis van technologie).
Het gevaar is dat men dit ofwel wil mijden uit angst voor snobisme, of vanuit een te lineaire kijk op de zaak. Zoals componist Nico Muhly op zijn blog zegt: "I think most composers have these kinds of strange connections that resist their normal press narratives or, for that matter, the oppressive linearity of the way musical history is taught. There’s this idea that you can draw straight lines like, Schönberg -> Babbitt -> Carter -> Jonathan Dawe or whatever, but the reality is always going to be much more complicated. Like a big messy family, influence skips generations and comes, oftentimes, through surrogates: oftentimes one has less to do with one’s biological auntie than with one’s friend’s older, wacky sister, for instance."
Het is zoals met de sinaasappels in The Godfather: je mist een laagje als je het niet opmerkt, of niemand het jou vertelt.
Ik merk bij mezelf dat ik, bij muziek die buiten mijn comfortszone ligt, graag hoor van iemand anders waar ik op moet letten en wat het de moeite maakt om te volharden. Zoals je zegt: anders is de kans groot dat je iets mist.
Tegelijk, als ìk nu eens de elitaire kwast mag zijn, vind ik dat de lessen muziektheorie en instrumentenpraktijk die ik vroeger gevolgd heb me daar nòg beter bij helpen dan gelijk welk stuk tekst. Soms moet je kunst maken om kunst te appreciëren.
Maar bij het soort recensies die je leest in pakweg de HUMO draait alles wel degelijk om entertainment, en om de lezer zo snel mogelijk te leiden naar nieuwe, leuke muziek. (Banaal, maar daarom niet minder waardevol.) En in zo'n situatie vind ik het grappig als, zoals je soms ziet en waar ik graag de draak mee steek, een recensent zichzelf de air van een kunstcriticus toekent, terwijl zijn lezers louter willen weten of de laatste van Arcade Fire goed of slecht is, en of 'ie anders klinkt of hetzelfde als de vorige plaat. Die recensenten hebben de verkeerde job aangenomen, vrees ik, en zouden beter bij een blogger als You Ain't No Picasso in de leer gaan, want die heeft tenminste beet voor wie hij schrijft en hoe die lezers best gediend zijn.
In ieder geval, bedankt voor het weerwerk, aangename discussie.