stdout.be

Een blog over programmeren, informatie-architectuur en journalistiek

in personal

Lesgeven in Ethiopië

De eerste weken van oktober heb ik 12 dagen in Ethiopië doorgebracht, om aan de universiteit van Jimma een cursus webdesign te geven in opdracht van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR-UOS). De cursisten daar hebben HTML5 geleerd, CSS3, heel wat jQuery, thema’s maken in Drupal met het Zen framework, en tot slot een piepkleinbeetje GIMP.

Ethiopië ziet er eigenlijk exact uit hoe je zou denken: brakke hutjes met golfplaten dakken, mensen die overal op straat lopen, winkeliers en werklieden die met muilezels op schok zijn. Om de zoveel honderd meter een bar of samenkomstplaats die er infeite net als alle andere hutten uitziet, behalve dat er achter een glasloos raam cola en sigaretten en alcohol wordt aangeboden. Zeer fotogeniek, al zou je er niet willen wonen.

Dinsdagavond, na de eerste lesdag, schreef ik in mijn dagboek “Het lijkt soms alsof ze allemaal doodsbang zijn van mij.”

We waren er met wat moeite in geslaagd om de eerste stapjes te zetten in CSS. Met de hulp van een oude presentatie van Idan Gazit en David Kadavy’s Design for Hackers had ik ook allerlei truukjes gedeeld om mooie websites te maken zelfs zonder veel esthetisch inzicht.

Na zo’n paar uur te babbelen met mijn geadopteerd Amerikaans accent — “you do not speak Belgian English” werd me meermaals gezegd — ben ik nieuwsgierig of iedereen mee is, en of dit het soort dingen zijn waar ze meer over willen weten. Stilte. Ik had eerder op de dag al gevraagd aan iedereen om op een briefje vlug te noteren wat ze wilden bijleren, maar die briefjes waren praktisch blanco teruggekeerd. Omdat ik weet dat spreken in groep niet iedereen ligt, stelde ik dan maar voor om me te mailen met vragen of suggesties. Geen enkele mail ontvangen die dag.

Goed beseffende wat voor een totale kwast ik ben als ik Frans moet spreken, was het niet moeilijk om wat sympathie op te brengen voor mijn griezelig stille klas. Dus heb ik me niet laten doen en gewoon verder les gegeven. En woensdag ook. En donderdag. En vrijdag. En tenslotte kreeg ik de klas toch een stukje losser. Oef.

De webpagina’s die we op het einde van week één maakten, zullen geen prijzen winnen. Maar er is toch altijd iets magisch aan dingen kunnen maken die je een week geleden nièt kon maken.

De volgende week kreeg ik evenwel een andere uitdaging te verwerken.

We waren van HTML naar CSS gegaan, een paar softwarebibliotheken gezien zoals Bootstrap, met Firebug foutjes leren opsporen en repareren en dan naar Javascript overgestapt. Selectors, traversal, DOM manipulatie, AJAX, the whole enchilada. Allemaal op een nogal gezapig tempo, maar net gepast goed, gezien bijna iedereen meekon en anderzijds het gepuf van de cursisten duidelijk maakte dat de oefeningen toch niet te makkelijk waren.

En toch. Eerst morde één van de betere studenten dat het wel wat sneller mocht. Dan vertelde een andere student me dat hij graag met Drupal zou leren werken en of we Javascript vandaag konden afronden. Wat ik een bizarre vraag vond, want Javascript was de voornaamste reden waarom iedereen mijn cursus wou volgen. Nadat de webmaster me niet veel later vroeg of er eigenlijk nog een stuk cursus over GIMP zat aan te komen, een programma voor fotobewerking, begon ik me zorgen te maken. Des te meer toen één van de cursisten wegglipte omwille van “een belangrijke vergadering”. Gaf ik de verkeerde stof? Ging alles dan toch te traag, zelfs al kreeg maar een enkeling alle oefeningen opgelost? Of net te snel?

Omdat ik de helft van de klas niet in de steek wou laten ten voordele van twee slimmerds, en omdat ik sowieso niet geneigd was om twintig verschillende onderwerpen half-en-half aan te leren, heb ik me die opmerkingen niet echt aangetrokken, op één toevoeging aan het curriculum na: een korte introductie tot thema’s ontwikkelen in Drupal.

Ze maken je ‘t nochtans niet gemakkelijk om het been stijf te houden, die Ethiopiërs. Ten gevolge van hun gebrekkig Engels hebben ze een heel bizarre manier om vragen te stellen. In plaats van "do you think we’d have some time to learn image manipulation in GIMP?" zeggen ze “you will learn us GIMP yes”, zonder enige vragende toon en met een onschuldig gezicht dat geen spoor van passieve agressie weergeeft. Die onschuldige blik maakt het natuurlijk nog erger, omdat die de hele situatie wat doet lijken op een mafioso die droogjes en emotieloos opmerkt dat je er geweest bent tenzij het beschermingsgeld binnen het uur voor de deur staat.

Er gaat niet alleen veel verloren in een vertaling, er komt per abuis ook veel bij.

Later die week kwam Yonas me een vraag stellen. Yonas is webmaster van Jimma University. De vraag was of ik straks de certificaten kon tekenen die bewezen dat iedereen kundig was in de hele rits aan technologieën die ik hen had aangeleerd, de ene cursist al met wat meer succes dan de andere. Toen werd het mysterie van eerder in de week, de plotse vloedgolf aan vragen voor nieuwe cursusonderwerpen, me duidelijk. Alles wat we zagen zou op dat papiertje terechtkomen, en iedereen die aanwezig was kreeg zo’n certificaat, en voor werkgevers zijn certificaten bijna even belangrijk als een diploma. Meer is beter.

Iedereen was in het begin van de cursus leergierig en blij om iets bij te leren, maar de dag voor de ceremoniële uitreiking was de primaire bekommernis zoveel mogelijk dingen gezien te hebben, of je die nu begreep of niet. Ik wil enthousiasme om nieuwe dingen te leren niet verwarren met academische trukerijen, en ik ben niet zo cynisch om te denken dat alle studenten bezorgd waren om dat certificaat. ’t Is alleen spijtig voor die paar studenten waarvoor een certificaat meer betekende dan kennis.

Na acht werkdagen zaten de lessen er op. Onze laatste oefening was een soort rudimentair gebouwenbeheersysteem. Ik kon terug naar huis keren.

De eerste keer dat ik op de universiteit naar het toilet ging, vroeg één van de cursisten me met bezorgde blik of alles wel naar wens was. Jimma heeft besloten dat ze propere toiletten onbelangrijk vinden of te duur voor zo’n banaliteit, en die cursist moet gedacht hebben dat mijn tedere Europese sensibiliteiten geschokeerd zouden zijn door wat stank, niet beseffend dat wij ons vrijwillig aan dat soort vuiligheid onderwerpen op muziekfestivals. Vertederend.

Elk half uur vroeg wel iemand “is everything ok?” Ze zitten er met je in.

Maar er is één iets dat mijn cursisten en alle andere mensen die ik op de universiteit heb leren kennen, niet kunnen laten: elk gesprek waar je bijzit, zelfs als ze je nadrukkelijk hebben uitgenodigd als gast, elk gesprek is in het Amhaars. Soms kijkt je dan iemand aan, beseft dat je al een kwartier met je duimen draait, excuseert zich omdat ze je buitensluiten uit het gesprek… en converseert dan prompt verder in zijn moedertaal. Zeer bizar, maar ik veronderstel dat de verklaring eenvoudig is: hun Engels is nèt goed genoeg om een cursus als de mijne mits volgehouden inspanning te kunnen vatten. Bovenop zo’n vermoeiende lessen tijdens de koffiepauzes òòk nog eens Engels moeten spreken lijkt hen bijgevolg, gok ik, equivalent aan een vork in je oog steken. Je meenemen op uitstapjes en op café en ’s avonds iets gaan eten, allemaal met plezier. Je moest ze alleen niet vragen om Engels te spreken. Het is ze vergeven.

Twaalf dagen Engels was vermoeiend voor hen, maar twaalf dagen Amhaars ook voor mij. Het was een bijzondere reis. Ik ben blij dat ik mijn studenten iets heb kunnen bijbrengen. Maar ik was ook blij terug te zijn.